Openheid

Open zijn betekent je niet verzetten, geen weerstand bieden, niet in de oppositie gaan. Het tegenovergestelde is gesloten zijn. Gesloten zijn wil zeggen ergens tegen zijn, een vuist maken tegen iets of iemand, een grens trekken. Hiermee probeer je te voorkomen dat er iets onaangenaams met je gebeurt. Open zijn daarentegen wil zeggen, je kwetsbaar opstellen, jezelf kunnen toestaan onzeker te zijn. Je bent open als je geen weerstand biedt, je niet afzet tegen iets of iemand. De wereld wordt je vijand als je niet open bent. Maar het leven is je niet vijandig gezind. Het ligt aan jouw houding, het ligt aan jouw interpretatie. Iemand word je tegenstander omdat je gesloten bent. Je maakt alleen maar vijanden wanneer je je afsluit. Door je open te stellen ontstaat vriendschap. Want vriendschap kan zich alleen manifesteren als je open bent. Wanneer je negatief bent, afwijzend kun je niet open zijn. Een negatieve houding maakt je gesloten. Met een open mind heeft niets of niemand een negatieve invloed op je. Want als je bereid bent open te zijn, kan niets en niemand je beschadigen of manipuleren. Omdat je alles met een open mind benaderd. En met die openhartigheid veranderd alles. Door open te zijn en je niet meer te verdedigen, maar je vrijelijk te uiten wordt het hele leven je vriendelijk gezind.